Lieve Marjan.

Ik heb je al even niet gesproken, jij bent met je gezin op vakantie en zo te lezen geniet jullie volop. Wat wil je ook nog meer met dit tropische weer.

Toen ik vanmorgen wakker werd en de deur open deed kwam de geur van warmte mij tegemoet. Ik was lekker vroeg op en genoot met een theetje op mijn bankje aan het water. Wat een rijkdom, de rust, het uitzicht, zonder grote zorgen.

Tegelijkertijd gaan mijn gedachten uit naar de mensen in Beiroet. Wat een contrast, ik hier genietend van de rust en de natuur en nog geen 5 uur vliegen vanaf hier chaos. Chaos, angst, onzekerheid en verdriet. Mijn neiging is geen nieuws te kijken als ik zelf zo zen ben, mijn dag zo sereen begint.

Als ik toch de website van de krant open lees ik als eerste: Ruim drie dagen na de ramp in Beiroet zoeken reddingswerkers naarstig naar overlevenden. Maar de afgelopen 24 uur is geen slachtoffer levend onder het puin vandaan gehaald. Wel worden elke dag meer doden geborgen.

Vanuit verschillende landen worden reddingsteams ingevlogen, ook vanuit Nederland. Ik bewonder hun moed en realiseer mij wat deze ervaring en de beelden die zij meekrijgen met hen moet doen. Ik kan mij daar, hier op mijn veilige plek, eigenlijk niets bij voorstellen. Wat bevoorrecht ben ik, het maakt mij nog meer bewust dat alles wat er om mij heen is niet vanzelfsprekend is.

Afgelopen week was ik in Amersfoort en omdat ik nog niet had gegeten besloot ik een broodje makreel te halen bij de visboer, dat is voor mij echt een traktatie, zo’n vers broodje makreel.

Toen ik naar buiten stapte liep er een iemand op mij af die normaal de daklozenkrant verkoopt. Heb je een sigaretje voor mij of geld, was zijn vraag. Ik gaf aan dat ik niet rookte en geen contant geld op zak had. Maar wil je ook een broodje, vroeg ik hem. Hij wilde wel een portie kibbeling, ik liep naar binnen zei dat hij een visje mocht bestellen en ik later zou afrekenen. De man van de daklozenkrant twijfelde geen moment en koos voor een groot portie kibbeling met saus en zei tegen de visboer, en mag ik dan ook een nog colaatje, met een vragende blik naar mij?

De blik van de man kon ik niet weerstaan en zei oke dan en betaalde zijn bestelling. Ik liep naar buiten en hij stak zijn hand naar mij op als bedankje. Later kwam ik hem nog tegen, terwijl hij zijn blikje cola opdronk.

Ik ook nu weer, terwijl ik jou schrijf ervaar ik opnieuw het fijne gevoel om iets voor een ander te doen en daar een dankbare blik voor terug te krijgen.

Je weet dat ik goed alleen kan zijn en mij daar comfortabel bij voel. En toch, nu ik dit zo opschrijf, realiseer ik mij dat ik niet in afzondering zou kunnen leven. Dat nu omhelzen en knuffelen met anderen niet meer zo vanzelfsprekend is, het non-verbale contact, zoals die glimlach, het knikje, zoveel belangrijker is geworden.

Samen met mensen die dichtbij staan op een terrasje zitten, zonder iets te zeggen, toch gedachten te delen door elkaar aan te kijken.

Herken je die momenten dat je elkaar maar hoeft aan te kijken, naar je partner of kind hoeft te kijken om te zien hoe het met hen gaat?

Dat het zien van het leed in Beiroet mij ontroerd, raakt? Beelden roepen emoties op. Ze kunnen ons beangstigen, verblijden, shockeren maar ook ontroeren of verbazen.

Een blik zegt meer dan duizend woorden.

Laten we compassie en medeleven naar de mensen in Beiroet sturen. Bewust zijn van de rijkdom die wij bezitten en als we de gelegenheid hebben deze zo nu en dan te delen.

Nog een mooie zonnige week en geniet van het goede leven, dikke kus Jacquelien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *